Column Fidan Ekiz

Opgemaakt met een vintage jurkje, sleehakken en veel haar stap ik de ontbijtzaal binnen. De (mannelijke) filmploeg en de regisseur zitten al aan de koffie. We zijn in Oeganda waar we filmen voor een serie over de beknotting van persvrijheid. Omdat we al in een aantal andere landen zijn geweest en mijn uiterlijk eerder onderwerp van gesprek was, zeg ik direct: ‘Ja, jullie zien het goed. Zó ga ik vandaag voor de camera.’ De mannen kijken me bestuderend aan. Ze weten dat het gevoelig ligt. De afgelopen weken heb ik tussen de opnames door steevast mijn make-up stiekem bijgewerkt totdat ik op een dag – te midden van een Oegandees tankstation – ontplofte: ‘Ík moet met mijn kop op tv, niet jullie!’ De regisseur probeert het nu heel voorzichtig: ‘Eh, misschien alleen je haar vast dan? Is wel stoerder.’ Ik geef hem mijn dodelijke blik. Daarna heb ik niemand meer gehoord. Zelfs niet wanneer ik behangen met sieraden neerstrijk tussen de sobere monniken in Myanmar. 

Wat is toch de reden dat Nederland niet kan omgaan met vrouwen die er goed uitzien en tegelijkertijd ook intelligent zijn? In de Verenigde Staten, Turkije, Rusland en in Arabische landen zijn ‘beauty and brains’ veel vanzelfsprekender. De vrouwen die er het nieuws presenteren bijvoorbeeld lijken zo weggelopen uit een missverkiezing. Niemand neemt ze minder serieus dan hun mannelijke collega’s.

Waar onze Eva Jinek doorheen moest. Nu gaat het eindelijk over haar inhoud. Dat was ooit heel anders. ‘Het commentaar gaat vaak over uiterlijkheden. Over mijn panty, mijn schoenen of dat ik enorm van de glamour ben. Als blonde vrouw moet ik mezelf extra bewijzen,’ zei ze erover in een interview. Van onze mannelijke vakgenoten moeten we het ook niet hebben. Trouwcolumnist Sylvain Ephimenco impliceerde onlangs nog dat je als vrouw niet serieus genomen wordt met een diep decolleté. De ‘uitdagende kleding’ die de vrouwen droegen tijdens de Golden Globes overschaduwde hun #metoo-boodschap, vindt hij: ‘Nu had ik als mannelijke kijker het gevoel dat ik door sommige actrices eerder op mijn onderbuik dan op mijn hersenen werd aangesproken.’

Ik zie mezelf niet bepaald als feministe. Vooral omdat ik die altijd geassocieerd heb met bh-verbrandingen, tuinbroeken en bossen okselhaar. Daar is niks glamoureus aan. Maar het feminisme van nu, volgens sommigen de vierde feministische golf, is anders. Eentje waarbij seksualiteit juist wordt ingezet door de powervrouw. Kijk naar Beyoncé. Beyoncé wordt – net als Jennifer Lopez – verweten dat ze zich wel erg bloot kleedt voor een feministe. Een vrouw in een string op het podium zou niet het juiste voorbeeld (‘sexy object’) geven aan jonge meisjes. Maar wat opvalt is dat Beyoncé veel jonge meisjes juist aanspreekt met haar perceptie van feminisme. Ze breekt met het stereotype van schreeuwende vrouw en dwingt af dat je haar niet afrekent op haar uiterlijk en seksualiteit. Je lichaam en je uiterlijk zijn geen dingen waar je je voor hoeft te schamen. Ik noem het neoliberaal feminisme. De nieuwe feministen maken een recalcitrant gevoel los, omdat je niet meer aan de ‘respectabele’ en sociaal wenselijke eisen hoeft te voldoen om een rolmodel te kunnen zijn.

Deze week zag ik hoe mensen (onder wie opvallend veel vrouwen) op sociale media losgingen op modeontwerpster Olcay Gulsen: ‘Hoezo neem je duizend koffers met zoveel kleren en stiletto’s mee als je meedoet aan “Wie is de Mol?”’ Ik zie een succesvolle zakenvrouw die er gewoon goed uitziet en zich niets aantrekt van de ‘smaakpolitie’. In Turkije – weet ik uit ervaring – zou je dit echt niet zien. Daar schuiven vrouwen in galajurk aan bij een talkshow. Heerlijk.

Hier is wat we de nieuwe generaties, onze dochters en zonen, moeten vertellen: beauty en brains, daar is niks mis mee.

Liefs,
Fidan

Meer over Fidan? Lees hier haar Women With Style!