een kijkje in de wereld van topsport
Inge de Bruijn: ‘Het is heel fijn als iemand in je gelooft en je tot het uiterste pusht’
Sporten vanuit een passie of gewoon voor de leuk: talent blijft niet onopgemerkt. De mentale druk, vele concessies en eenzaamheid leiden allemaal tot dat grote doel. Al van jongs af aan was het overduidelijk dat Inge de Bruijn (50) een passie voor zwemmen heeft. Tijdens zwemles riep haar toenmalige trainer: ‘Dat is een talentje, hoor!’ En wat had hij gelijk. Ze geeft ons een kijkje in de wereld van topsport.
‘Het was eigenlijk vanzelfsprekend dat ik ging zwemmen, want iedereen in mijn familie zwom. Op mijn vierde had ik mijn A-diploma op zak en op mijn zevende haalde ik mijn eerste gouden medaille, die ik vol trots in mijn kamer ophing. Van kinds af aan was ik al enorm gepassioneerd over zwemmen. Ik had een missie en een focus, maar nu vraag ik me weleens af: hoe heb ik het tot mijn 32e volgehouden?’
Zenuwen en onzekerheden
‘Op mijn zeventiende was het zo ver: mijn eerste Olympische Spelen in Barcelona. Heel indrukwekkend. Daar schopte ik het tot de achtste plek. In 1996 was ik gekwalificeerd voor de Spelen in Atlanta. Door zenuwen en onzekerheden heb ik die destijds afgezegd. Ik voelde mezelf toen niet goed genoeg om Nederland te vertegenwoordigen. Ook was ik dag in dag uit met hetzelfde bezig en verloor ik mijn motivatie. Tot ik naar de Spelen keek, de tranen over mijn wangen liepen en me besefte dat ik mijn talent nog niet volledig had benut.’
Gepusht tot het maximale
‘Tijdens een vakantie naar Amerika ontmoette ik zwemcoach Paul Bergen. Een nieuwe coach, aanpak en groep voelden goed. Mijn passie kwam terug en ik verhuisde naar Amerika. Uiteindelijk voor tien jaar. Van maandag tot en met zaterdag ging de wekker om half vijf ‘s ochtends. Trainen, eten, slapen. In die tijd had ik geen sociaal leven. Er bestonden ook nog geen social media. Als ik op mijn hotelkamer de telefoon zag oplichten, dacht ik: een voicemail van mijn moeder. Dat was het hoogtepunt van mijn dag. Paul was een mentor voor mij. Streng maar rechtvaardig. Dat ik niet naar de begrafenis van mijn opa mocht was heftig, maar zo’n gebeurtenis kon mijn mindset voor de wedstrijd verpesten. Achteraf begrijp ik het. Hij legde voor mij de lat hoog, heel hoog. Aan het begin gaf hij mij een kaartje met de afstanden die ik zwom, en tijden die vier seconden sneller waren dan mijn beste tijd toen. Ik dacht; dat is onmogelijk! Toch zwom ik die in 2000 tijdens de Olympische Spelen in Sydney, waar ik drie keer goud en één keer zilver behaalde. Het is heel fijn als iemand in je gelooft en je tot het uiterste pusht. Zo werkten we tijdens een training samen aan mijn discipline: de honderdmetervlinderslag. De eerste keer had ik alles gegeven, maar hij schudde de eerste en tweede keer met zijn hoofd. Niet snel genoeg. De derde keer zwom ik ‘m sneller dan de eerste keer.’
LEES OOK: TOPSPORTTOPICS MET WATERPOLOSPEELSTER SIMONE VAN DE KRAATS
Focus op het einddoel
‘Mijn missie is volbracht. Het duurt alleen zo lang, hè? Er gaan jaren van trainen, afzien en concessies aan vooraf. Als je goud haalt, het Wilhelmus hoort en je moeder en zus op de tribune ziet, is dat het allemaal waard. Zij gaven mij onvoorwaardelijke steun. Mijn moeder zei altijd: ‘‘Ook al word je 88e, ik houd nog steeds van je.’’’
Tekst Lotte van Zijl
Fotografie ANP / René Bouwman




